Het is een nieuwe trend in winkelland; iedereen zijn eigen koffieshop of lunchroom. Je kan geen grote boekhandel of meubelwinkel binnenlopen zonder over een bord te struikelen met daarop “het broodje van de week” of “koffie met huisgemaakt appeltaart”.
Deze trend, vele jaren geleden ingezet door IKEA, begint echter behoorlijk wild te groeien en de bestaande horeca in de weg te zitten. Het verbaast ons daarom nogal dat we hier eigenlijk weinig over lezen. Als McDonalds stoelen ging verkopen zou de meubelbranche op zijn achterste poten staan. Of als Van der Valk parallel geïmporteerd Villeroy en Boch porselein ging verkopen kon dat wel eens een enorme rel worden. Een strandtent op Scheveningen had vorig jaar wat eigen logo t-shirtjes hangen die ze verkochten. Een flinke boete was het gevolg. En waag het nou niet om zonnebrand te verkopen op een mooie stranddag want ze hangen je er gelijk aan…
Hoe raar is het dan dat allerhande winkels zonder problemen een volledig ingerichte horecahoek mogen neerzetten. Als er iets specialistisch werk is is het wel de bereiding van eten en drinken. Let wel, wij zeggen hier niet dat de hygiëne of iets dergelijks niet in orde is maar het verbaast ons gewoon. Daar komt ook nog eens bij dat de horeca geen hoofdzaak is voor deze bedrijven. Wat betekent dat ze het product voor lagere prijzen kunnen verkopen. Iedereen kent het één euro ontbijt van Ikea. Eigenlijk volslagen belachelijk en behoorlijk oneerlijke concurrentie. Maar ik hoor er niemand over? Geen collega’s, geen brancheverenigingen en geen politiek.
Wat betreft catering Den Haag is er momenteel ook sprake van wildgroei. Het aantal cateringbedrijven dat uit de grond schiet is enorm. Net als het aantal zzp’ers dat catered overigens. Regelmatig worden wij in de particuliere markt geconfronteerd met prijsopgaves van slagers, koks, bakkers , cafetaria’s en al wat er meer is. Op zich prima een beetje concurrentie maar zij kunnen natuurlijk een stuk goedkoper werken dan wij.
Wij hebben geïnvesteerd in een dure keuken, transportmaterialen en allerhande spullen ten behoeve van veiligheid en hygiëne. Dit is in fors contrast met de zzp’er die vanuit huis (en dus moeilijk te controleren door de keuringsdiensten) en met zijn personenwagen de consument bediend. Dat voelt toch echt als oneerlijke concurrentie net zoals de broodjeszaken in de winkelstraten tandenknarsend moeten toezien hoe de nieuwe meubelwinkels intern luxe lunchrooms bouwen en onder de prijs gaan zitten.
Voor alle duidelijkheid; we houden hier geen klaagzang. We kunnen prima onze eigen broek ophouden en weten door op andere vlakken waarde te creëren nog steeds prima ons brood verdienen. Sterker nog we weten ons juist steeds beter te profileren in de huidige markt als een duurzaam kwaliteitsbedrijf en dat maakt dat we redelijk ongeschonden de “crisis”doorkomen. Maar toch vreet het wel een beetje aan ons moeten we eerlijk zeggen. Het voelt niet prettig om tussen allerhande “rommelaars” en branchevreemden te moeten opereren en soms zelfs te moeten concurreren als die niet aan dezelfde spelregels hoeven te voldoen.
Wellicht dat de brancheorganisatie zich toch wat meer moeten laten horen want momenteel is er in een branche die enorme klappen oploopt geen sprake van gelijke monniken en gelijke kappen. We laten ons een beetje de kaas van het brood eten.